I. Absolute waarde func­ties (modulus­funktie's)

 

II.1� Absolute waarde

Afbeelding 52 De getallenlijn

In "getallenlijn" heb je kennis gemaakt met de getallenlijn.:

Van ieder getal op de getallen­lijn bepalen we nu hoever het van 0 afligt. Men noemt dit de abso­lute waarde van dat getal of de modu­luswaarde. We note­ren de absolute waarde van een getal door twee ver­tikale strepen om dat getal te zetten:

|2| = 2

|-2| = 2

|-3| = 3

De absolute waarde van een getal kunnen we op­vat­ten als de afstand van dat getal op de getal­len­lijn tot 0. De afstand is altijd positief.

Als een getal x positief is, is de absolute waar­de van het getal x gelijk aan het getal x:

|x| = x als x ³ 0

Afbeelding 53 y=|x|

Als een getal x negatief is, is de absolute waar­de van het getal x het tegengestelde ge­t­al  -x:

|x| = -x als x £ 0

Deze twee gevallen gebruiken we in de definitie van de abso­lute waarde (moduluswaarde) van x:

|x| = x   als x ³ 0

|x| = -x  als x £ 0

We kunnen nu de grafiek teke­nen van de functie:

y = |x|

 

Voor x ³ 0 geldt dat de functie

f(x) = |x|

gelijk is aan de functie

f(x) = x

dat is een rechte lijn door de oorsprong met rich­tingskoëffi­cient

r.c. = 1

Voor x £ 0 geldt dat de functie

f(x) = |x|

gelijk is aan de functie

f(x) = -x

dat is een rechte lijn door de oorsprong met rich­tingskoëffi­cient

r.c. = -1

Afbeelding 54 y=x gespiegeld ten opzichte van y=o levert y=|x|

De grafiek van

f(x) = |x|

kun je ook tekenen door eerst te tekenen:

f(x) = x

en vervolgens het gedeelte on­der de x-as (het gedeelte waar y negatief is) te spiegelen in de x-as(zodat y positief is)

 

Voorbeeld 1

 

Gegeven de functie:

f(x) = |x - 1|

en de functie:

g(x) = 3

Bereken de snijpunten van f en g.

 

oplossing

 

f(x) = g(x)                                                                                 gelijk stellen

|x - 1| = 3                                                                                          invullen

    x - 1 = 3 als x - 1 ³ 0

{ -(x - 1)= 3 als x - 1 £ 0                                                      volgens definitie

  x - 1 = 3 als x - 1 ³ 0

{ x - 1 = -3 als x - 1 £ 0                                                                                

  x = 4 als x ³ 1

{ x = -2 als x £ -1

oplossing:

x = -2 of x = 4                                                                                              

snijpunten:

(-2 , 3)   (4 , 3)

 

Het kan handig zijn om verge­lijkingen waarin de absolute waarde voorkomt grafisch op te lossen:

Afbeelding 55 f(x)=|x-1| en g(x)=3

 

Voorbeeld 2

 

Gegeven de functie:

f(x) = |x - 1|

en de functie:

g(x) = -3

Bereken de snijpunten van f en g.

 

oplossing

 

f(x) = g(x)                                                                                 gelijk stellen

|x - 1| = -3                                                                                         invullen

heeft geen oplossing

x Î Æ

Wat tussen absoluutstrepen staat is altijd gro­ter gelijk aan nul en kan dus niet gelijk zijn aan -3.

Grafisch is dit duidelijk

Afbeelding 56 f(x)=|x-1| en g(x)=-3


II.3� VRAGEN:

 

1�       vul in:

 

|0| =

|5| =

|-5| =

|5-8| =

|8-5| =

|-4-(-7)| =

|-7-(-4)| =

||-3|-1| =

 

2�       Los op:

 

a|x + 1| = 2

b|x - 1| = 2

c|x + 3| = -1

d|1 - x| = 8

e          |2x - 4| = 6

f           |3x + 6| = 9

 

3�       Los op

 

|x| £ 1

|x| = 1

|x| > 1

|x| ³ 2

|x| £ -1

|x| > 0

|x + 1| ³ 2

|1 - 2x| £ 3

|-1 - x| £ 5


II.5� Uitbreiding absolute waarde functies

 

Voorbeeld 3

 

Gegeven de functie

f(x) = |x2 - x - 6|

Teken de grafiek van deze functie

 

oplossing

 

In hoofdstuk 3 is reeds getekend de grafiek van de functie

y = x2 - x - 6

Voor y ³ 0 is dit gelijk aan de grafiek van de functie

f(x) = |x2 - x - 6|

Voor y £ 0 moeten we de tegen­gestelde waarde nemen. Dit be­tekent dat we de grafiek van

f(x) = |x2 - x - 6|

kunnen tekenen door het ge­deelte van de grafiek van y = x2 - x - 6 dat beneden de x-as ligt

 (y £ 0) te spiegelen in de x-as. Dit levert de grafiek van f(x) = |x2 - x - 6|.

 

Afbeelding 57 y=|x2-x-6|

 

II.7� VRAGEN

 

1�       Teken de grafiek van de volgen­de functies:

 

af : x  ®  |x|

bf : x  ®  |x| + 1

cf : x  ®  |x| - 1

df : x  ®  |x + 1|

ef : x  ®  |x - 1|

ff : x  ®  ||x|-1|

gf : x  ®  ||x|-1| + 1

 

2�       Teken de grafiek van de functie:

f : x  ®  |x2 - 3x + 2|

 

3�       Teken de grafiek van de functie:

123

 

124

 

125

Bepaal ook de asymptoten van deze functies.

 

4�       Gegeven de twee functies

f : x  ®  |2x - 5|

g : x  ®  x + 3

abereken de snijpunten van f en van g

bbepaal de konstante c Î Å zo­danig dat de gra­fiek van de functie

g : x  ®  x + c

de grafiek van f raakt. Geef de koördinaten van het raak­punt.

 

5�       Teken de grafiek van

126

en van

127

 

6�       Gegeven de volgende grafieken.

Afbeelding 58  bepaal het funktievoorschrift

Afbeelding 59  bepaal het funktievoorschrift

Bepaal het bijbehorende funk­tievoorschrift.


7�       Los op

 

a          2x - 3 = 4     

b   -1 - (-x) = 15      

c          3 - 2x = -3

 

8�       los op

 

a          2x - 1 ³ 3                          b          3x - 2 £ 4

 

9�       gegeven de functie

f(x) = - 2x + 2 + 2

a          teken de grafiek van f

b          Bepaal Df en Bf

c          Heeft f een uiterste waarde?

Zo ja, bepaal deze.

Afbeelding 60 bepaal het funktievoorschrift

10�      gegeven bovenstaande grafiek . Bepaal het funk­tie­voorschrift

 

11�      Gegeven de functie

                                              

128

a          teken de grafiek van deze func­tie

b          bepaal het snijpunt van de func­tie f met de func­tie g(x) = -x + 2