Tweede graads funkties

 

I.1�  Voorbeeld

Opgave:

 

Iemand schiet een kogel met een beginsnelheid van 40 [m/s] recht omhoog. In de tabel staat de hoog­te h als functie van de tijd t weergegeven:

 

t [sek]

0

1

2

3

4

5

6

7

8

h [m]

0

35

60

75

80

75

60

35

0

 

a    Maak op ruitjespapier de grafiek van h als functie van de tijd t

 

b    De plaats h als functie van de tijd is uit te drukken in de formule:

 

h = -5t2 + 40t

Kontroleer dit!

 

De hierboven beschreven beweging is een voor­beeld van een tweede graads functie. De hoogte h hangt kwadratisch af van de tijd. De grafiek van h als functie van t is een parabool .

 

I.3�  Algemene theorie over tweede graads funkties

 

I.4�a�           funktievoorschrift

Het algemeen funktievoor­schrift voor een tweede graads functie is:

 

f(x) = a×x2 + b×x + c

 

Hierin zijn a , b en c konstanten;

a Î Å   b Î Å     c Î Å

We noemen a , b en c de parameters van de tweede graads functie f. De hoogste macht van x in het funktievoorschrift is twee (bij x2)

Er geldt:

a ¹ 0

omdat er anders een eerste graads functie staat.

Voor  a > 0  geldt : de grafiek is een dalpara­bool; de functie heeft een minimum.

Voor  a < 0  geldt : de grafiek is een bergpara­bool; de functie heeft een maximum.

 

 

I.4�c�           Top

De x-waarde van de top van een parabool bere­ken we met behulp van de formule:

19

 

De y-waarde van de top vinden we door de ge­von­den x-waarde van de top in te vullen in het funktie­voorschrift f

 

                        .

 

De top is dan het punt (xTop , yTop)

Als a > 0 dan is  yTop het minimum van f.

Als a < 0 dan is  yTop het maximum van f.

 

 

I.4�e�           symmetrie-as

Een parabool is links en rechts van de top sym­me­trisch; anders gezegd een para­bool is sym­me­trisch rondom de lijn :

21


Deze symmetrie-as ver­deelt de parabool in twee gelij­ke delen die elkaars spiegelbeeld zijn ten opzichte van de lijn l. Hiervan kun­nen we ge­bruik maken bij de berekening van een aantal punten op de parabool: In voorbeeld 1 is de symmetrie-as de lijn t=4 [sek] . Daarom geldt:

h(3) = h(5)

h(2) = h(6)

h(1) = h(7)

h(0) = h(8)

Indien we weten dat twee punten van een parabool op gelijke hoogte liggen, dan kun­nen we daaruit meteen de symmetrie-as bepa­len; deze moet dan hal­verwege liggen. Uit bijvoorbeeld

h(0) = 0 en h(8) = 0 volgt onmiddellijk dat de symmetrie-as van de tweede graads functie

h(t) = -5t2 + 40t

ligt bij t = 4

 

I.4�g�           Nulpunten

De nulpunten van een parabool vin­den we door te stellen:

f(x) = a×x2 + b×x + c = 0

Het is mogelijk dat deze vergelijking geen op­los­sing heeft, alle punten van de parabool lig­gen dan aan een zijde van de x-as (bij een dal­par­bool,als a > 0 ,liggen in dat geval alle pun­ten van de functie  boven de x-as; bij een berg­par­bool, als a < 0,liggen alle pun­ten van de functie dan  onder  de x-as)

 

Om na te gaan of een tweede graads functie f wel of niet nul­punten heeft berekent men de Diskri­minant

        

Hierbij dient een drietal gevallen onder­scheiden te worden:

 

i    In­dien geldt:

         D < 0

dan heeft de functie geen nulpunten, dit noteert men ook als:

         y = 0 Þ x Ï Å

( x is geen element van de verzameling van reële getallen, de ver­ge­lij­king y =0 kan niet voor    x Î Å )

 

ii   Als geldt:

         D = 0

De diskriminant is nul dan heeft de functie één nulpunt; De verge­lijking f(x) = a×x2 + b×x + c = 0 heeft één oplossing. De grafiek van de functie f raakt dan de x-as, het raak­punt is de top:

         ( xtop ,0)

Men kan dit geval ook beschouwen als het sa­men­vallen van de twee  snijpunten in een raak­punt.

 

iii  Indien geldt dat de Diskriminant positief is

              D > 0

dan heeft de functie f twee nulpunten, men spreekt ook wel over de twee wortels van de tweede graads verge­lij­king.

De twee nulpunten x1 en x2 worden gegeven door

24

25


Men vat deze twee for­mules ook samen tot één formule:

26


Hierin is ± plus of min, men krijgt zo twee ant­woorden. Deze for­mule staat bekend als : De ABC-formule.

 

We hebben de A-B-C-formule nog niet afgeleid, maar slechts de resultaten gegeven. In onderstaande paragraaf volgt voor de liefhebbers een algebraïsche afleiding van de hierboven gegevn resultaten

 

I.5�  De som-produkt regel, voorbeelden

 

De in de vorige paragraaf behandelde

abc-formule levert altijd een antwoord op de vraag naar de nulpunten van een tweede graads functie.

 

In sommige gevallen kan met behulp van de som-produkt methode het antwoord sneller gevonden worden.

 

Voorbeeld 1:

 

Beschouw de functie:

 

     y = (x+2)×(x+3)

 

Ga na dat geldt:

 

     y = (x+2)×(x+3)

     Û   y = x×x + 2×x + x×3 + 2×3

     Û   y = x2 + 2x + 3x + 6

     Û   y = x2 + 5x + 6

 

Hierbij geldt :

     5 = 2 + 3

     6 = 2 × 3

De nulpunten van y=x2+5x+6 zijn niet meteen te bepalen;

de nulpunten van

 

     y = (x+2)×(x+3)

 

zijn onmiddellijk te bepalen uit

 

         0 = (x+2)×(x+3)

             

     Û0 =    A × B

     Û0 = A   Ú   0 = B

     Û0 = x+2     Ú    0 = x+3

     Û-2 = x Ú   -3 = x

 

Berekenen we de nulpunten van

                        y = x2 + 5x + 6

27


met behulp van de ABC-formule dan vindt men even­eens

28


                        Û x = -2     Ú    x = -3

 

Aan de hand van dit voorbeeld zien we dat de tweede graads functie

          y = x2 + 5x + 6

ontbonden kan worden in het produkt van de fak­toren

     x + 2  en  x + 3 .

De oplossing van y = 0 (de nulpunten) is dan

     x = -2    Ú    x = -3  ( Ú  is of)

 

Men kan de faktoren bepalen door te zoeken naar twee (gehele) getallen met:

    

     som = 5 en produkt = 6.

 

Men vindt dan de gehele getallen 2 en 3 en be­paalt hiermee de faktoren x + 2 en x + 3 en de nulpunten

     (-2 , 0) en (-3 , 0).

In dit voorbeeld gelden als parameter

     a=1 b=5 c=6

 

Afbeelding 12 y=x2+5x+6


De som-produkt methode komt voornamelijk van pas als :

    

         a=1

of als we de vergelij­king door a kunnen de­len en de para­meters b en c zijn ook deelbaar door a, zodat we een nieuwe vergelijking krijgen met

     a=1 en b,c Î Í

, zie voorbeeld 4.

In andere gevallen wordt het ontbinden al snel lastig, zodat we sneller op de ABC-for­mule kun­nen vertrouwen.

 

De grafiek van     y = x2 + 5x + 6 = (x+2)×(x+3) is getekend in afbeelding 12.

 

Voorbeeld 2

 

Gegeven de functie

 

     f(x) = x2 - 6x

De nulpunten van f vinden we door te ontbinden in een produkt van twee faktoren:

     Û0 = x2 - 6x

     Û0 = x×(x - 6)

     Û0 = x Ú 0 = x - 6

     Û0 = x Ú 6 = x

nulpunten (0 , 0) en (6 , 0)

Men vindt de faktoren door te zoeken naar twee getallen met som=-6 en produkt =0:

     -6 + 0 = -6

     -6 × 0 = 0

 

Afbeelding 13 y=x2-6x


Voorbeeld 3

 

     f(x) = x2 + 2×x + 1

Met behulp van de som produkt methode zoeken we twee getallen met som=2 en produkt=1, we vinden

     1+1=2 en 1×1=1

dus

     f(x) = x2 + 2×x + 1

     Ûf(x) = (x + 1)×(x + 1)

     Ûf(x) = (x + 1)2

Afbeelding 14 y=x2+2x+1


De functie f heeft één nulpunt :

     f(x) = 0 Ûx = -1

De functie f raakt de x-as in het punt (-1 , 0)


 

Voorbeeld 4

 

Gegeven de functie

De nulpunten van f zijn te bepalen met

2x2 + 6x + 4 = 0

29

Û2 × (x2 + 3x + 2) = 0     3 = 1 + 2    2 = 1×2

Û2 × (x+1) × (x+2) = 0

Ûx=-1 Ú x=-2

Afbeelding 15 y=2x2+6x+4


De nulpunten van f zijn (-2 , 0) en (-1 , 0)

 

 

 

 

Voorbeeld 5

 

de nulpunten van de functie

y = x2 - 36

zijn te bepalen met

x2 - 36 = 0       -6 + 6 = 0    -6 × 6 =-36

Û(x - 6)×(x + 6) = 0

Ûx = 6  Ú  x = -6

Nulpunten (-6 , 0) en (6 , 0).

 

Afbeelding 16 y=x2 - 36


 

 

I.7�  De grafiek van tweede graads funkties

 

 

I.8�a�           tekenen grafiek van tweede graads functie

Voor het tekenen van grafie­ken van tweede graads­funk­ties dienen een aan­tal za­ken be­paald te wor­den:

- vaststellen of het een berg- of dalpara­bool is;

- de eventuele nulpunten van de functie;

- de top (xtop,ytop);

- de symmetrie-as (vertikale lijn, gaat door de top);

- de koördinaten van nog enkele punten, ook het snijpunt met de y-as dient bepaald te worden.

 

I.8�c�           symmetrie-as

Als de functie twee nulpun­ten x1 en x2 heeft, dan is daar­uit onmiddel­lijk de xtop te bere­ke­nen en tevens de ver­ge­lijking voor de symme­trie-as:

30

Afbeelding 17 midden tussen de nulpunten


 

 

De symmetrie-as loopt door het punt op de x-as midden tussen de nulpunten x1 en x2.

De symmetrie-as gaat ook door de top.

Gebruik makend van de symmetrie-as hoeft men voor het bepalen van enkele punten van de grafiek maar één berekening te ma­ken om twee punten te bepa­len; het punt 1 rechts van xtop en 1 links van xtop hebben dezelf­de y-waarde.

Met behulp van een tabel met de ver­kregen resul­ta­ten maakt men een te­kening, waarbij een domein en be­reik voor de te­kening geko­zen moet worden.

 

Teken de grafiek door de gegeven punten.

 

I.9�  Oplossen tweede graads vergelijkingen.

 

Een tweede graads vergelijking ont­staat in­dien we een tweede graads functie gelijk stellen aan een andere tweede graadsfunk­tie, eerste graadsfunk­tie of konstante functie. ­Voor het op­los­sen van een tweede graads ver­gelij­king gaan we te werk volgens onder­staand sche­ma:

 

i    herleid de vergelijking op 0

ii   Vereenvoudig de vergelijking (indien mo­ge­lijk)

iii  Probeer te ontbinden in faktoren met de som-produktmethode.

     Pas toe:

         A×B=0      Û   A=0 Ú B=0

Lukt dit niet (meteen) gebruik dan de ABC-formule:

        

 

Het aan­tal oplossingen van de tweede graads ver­ge­lijking ­wordt be­paald met de Dis­cri­mi­nant van de verschil­funktie die is ont­staan na herleiden op 0:

32

aantal oplossingen:

 

Discriminant D

positief

 

nul

nega­tief

 

aantal op­los­sin­gen

 

twee

een

nul

Afbeelding 18 y=ax2+bx+c

als a>0 of a<0 en als

Diskriminant D>0 of D=0 of D<0


 

 

 

I.11�         Voorbeelden

 

Voorbeeld 6

 

Gegeven f(x) = x2 - x - 6

- Het is een dalparbool want a = 1 > 0

- De top bepa­len we met

yTop = (½)2 - ½ - 6

= ¼ - ½ -6 = -6¼

33


Dus de top heeft ko­­­­­rdinaten(½ , -6¼)

y = -6¼ is een minimum want a=1 > 0.

34


36


De Diskriminant wordt bepaald om te onder­zoeken of er nulpunten zijn:

D = 25 > 0 er zijn 2 nulpunten:

 

dus de nulpunten zijn : (-2 , 0)  en (3 , 0)

35


hieruit hadden we even­eens kunnen konkluderen dat de symmetrie-as gegeven wordt door

x = ½

Afbeelding 19 y=x2-x-6


de twee nulpunten lig­gen symmetrisch ten opzich­te van de symme­trie-as. Dus is de sym­me­trie-as

 

 

37


hetgeen in overeenstem­ming is met het eerder gege­ven resultaat.

 - Tenslotte maken we een tabel, gebruik ma­kend van de symmetrie rondom x=½

berekeningen:

x = 0 Þy = 02 - 0 -6 = -6

x = 1 Þy = -6

x =-1 Þy = (-1)2 -(-1) - 6 = 1 + 1 - 6 = -4

x = 2 Þy = -4

 

tabel:

 

x

-2

-1

0

½

1

2

3

y

0

-4

-6

-6¼

-6

-4

0

grafiek : zie boven.

 

 

Voorbeeld 7

38


 

Afbeelding 20 y=2x2-3x+5


         f(x) = 2x2 - 3x + 5

         a=2       b=-3     c=5

39

40

De diskriminant D = -31 is negatief. De wortel uit een negatief getal bestaat niet.

Er zijn geen nulpunten.

 

41


42


Dat is niet verwonder­lijk als eerst de top wordt berekend:

     f(¾) = 2×(¾)2 - 3×¾ + 5

     f(¾) = 2 ×  9 - 9 + 5

      16  4

     f(¾) = 9 - 18 + 5

     f(¾) = 3_

 

De top van f ligt dus boven de x-as.

Omdat de parameter a positief is , is f een dal­par­bool, 3_ is dus het minimum.

f ligt dus geheel boven de x-as,

     Bf = [ 3_ , ¥ > .

Alle y-waarden zijn groter dan of gelijk aan 3_,

de waarde

     y=0

is dus onmogelijk (zit  niet in het Bereik).

 

 

I.13�         Snijden van een tweede graads funkties en een eerste graads functie.

 

Indien een tweede graads functie f(x) en een eerste graads functie g(x) gegeven zijn, kun­nen we onder­zoeken of de gra­fieken van f en g elkaar snij­den door te stellen:

f(x) = g(x),

en vervolgens op nul te her­leiden

f(x) - g(x) = 0.

Hier staat dan een tweede graads functie

(deze tweede graads functie zou men de ver­schilfunktie

h(x) = f(x) - g(x)

kunnen noemen, we lossen nu op

h(x) = 0)


 

Afbeelding 21 f(x)=x2 en g(x)=2x+3


De oplossing van de laatste vergelijking kan be­paald worden met de ABC-formule . De gevon­den x-waarden zijn tevens de x-waarden van de snijpun­ten van f en g. De y-waarden van de snijpun­ten ( als er snijpunten zijn ) wor­den gevonden door de gevonden x-waar­den in te vullen in een van beide funkties f en g. Het is mogelijk dat de gra­fie­ken van f en g geen snijpun­ten heb­ben, dan is de dis­kri­minant van de ver­gelijking die ontstaat als we op nul her­leiden ne­ga­tief: D < 0 .

Voorbeeld 8

 

Afbeelding 22 y=x2-2x+3


Gegeven de tweede graads functie (kwadratische functie)

f(x) = x2

en de eerste graads functie (lineaire func­tie)

g(x) = 2x + 3

Bereken de snij­punten van de funkties f en g.

(zie afbeelding 21)

Oplossing:

 

In het snijpunt geldt:

 

f(x) = g(x)                       gelijkstellen

x2 = 2x + 3                            invullen

x2 - 2x - 3 = 0             .....op 0 herleiden

(x-3)×(x+1) = 0           ont­bin­den in fak­toren

x - 3 = 0  Úx + 1 = 0       faktoren 0 stel­len

x = 3Úx = -1  x-koördi­naten s.p.

f(3)=g(3)=9f(-1)=g(-1)=1   invullen in f (of g)

snijpunten

(3 , 9)Ú(-1 , 1)            OPLOSSING GEVONDEN

In­dien we de gra­fiek te­ke­nen van de funk­ties f en g dan zien we de snijpun­ten:

 (-1 , 1) en (3 , 9)

Ter ver­ge­lij­king teke­nen we ook de gra­fiek van de ver­ge­lij­king die ont­staat als we op 0 her­lei­den .... dit is de gra­fiek van h(x)=x2-2x-3

met h(x)=f(x)-g(x)

Afbeelding 23 f(x)=x2   g(x)=2x-1


De nul­pun­ten van h(x) zijn: (-1 , 0) en (3 , 0).

 

Voor­beeld 9

 

Ge­geven :

f(x) = x2

g(x) = 2x - 1

Be­paal de snij­pun­ten.

 

Antwoord

 

f(x) = g(x)                       gelijkstellen

x2 = 2x - 1                            invullen

x2 - 2x + 1 = 0                  op 0 herleiden

(x - 1)×(x - 1) = 0       ont­bin­den in fak­to­ren

x - 1 = 0                    faktoren 0 stellen

x = 1                         x-koördinaat s.p.

f(1) = g(1) = 1            invullen in f (of g)

snij­punt :(1,1) OP­LOS­SING GE­VON­DEN

 

We zien : er is één snij­punt

De rechte lijn g(x) = 2x - 1 raakt de para­bool f(x) = x2 ; het raak­punt is het punt (1 , 1)

 

 

Merk op dat de dis­kri­mi­nant van de ver­ge­lij­king die ont­staat als we op 0 her­leiden, ge­lijk is aan 0:

x2 - 2x + 1 = 0 ,

 

 

 

Dit is de dis­krimi­nant van de verge­lij­king van de ver­schil­funktie

h(x) = f(x) - g(x)

= x2 - 2x + 1 .

De grafiek van de functie

Afbeelding 24

h(x)=x2-2x+1


h(x) = x2 - 2x + 1 raakt de x-as in het punt (1 , 0). De dis­krimi­nant van h is D = 0.

 

Voorbeeld 10

 

Gegeven

f(x) = x2

g(x) = x-1

Proberen we de snij­pun­ten van f en g te bere­kenen dan vinden we

f(x) = g(x)                       gelijkstellen

x2 = x - 1                             invullen

x2 - x + 1 = 0                   op 0 herleiden

D = (-1)2-4×1×1 = 1 - 4 = -3 Diskriminant bepalen

D < 0Þx Î φ

Afbeelding 25 f(x)=x2 g(x)=x-1


GEEN SNIJPUN­TEN

KAN NIET OPLOS­SING GE­VON­DEN.

We zien : er is GEEN snij­punt; zie neven­staan­de grafiek.

 

 

 

 

I.15�         Snijpunten van twee tweede graads funk­ties

 

Als er twee tweede graads funkties f en g gege­ven zijn dan kan men op soort­ge­lijke wijze vast­stellen of er snij­punten zijn. Het blijkt zelfs mo­gelijk dat twee twee­degraads­funktie's el­kaar raken.

 

Voorbeeld 11

 

Gegeven

f : x ® ¾x2 + 1

g : x ® x2 - x + 2

Bepaal de snijpunten van de functies f en g.

 

f(x) = g(x)                       gelijkstellen

¾x2 + 1 = x2 - x + 2                   invullen

op 0 herleiden :

1 = ¼x2 - x + 2                            -¾x2

0 = ¼x2 - x + 1                              -1

vereenvoudigen :

0 = x2 - 4x + 4                               ×4

som-produktmethode :

-2-2=-4    -2×-2=4

0 = (x - 2)×(x - 2)       ontbinden in fakto­ren

x - 2 = 0  Úx - 2 = 0       faktoren 0 stellen

x = 2Úx = 2   x-koördi­naten s.p.

x = 2

f(2) = g(2) x=2 invullen in f en g

¾22 + 1 = 22 - 2 + 2                   invullen

3 + 1 = 4 - 2 + 2                    uitrekenen

4 = 4

GEVON­DEN OPLOSSING KLOPT!

Afbeelding 26 rakende parabolen, detail


Afbeelding 27 twee ra­kende parabolen


 

Er is maar een snijpunt (men zegt ook dat de twee snijpunten samenvallen)

 

De functie f en de functie g raken elkaar in het punt (2,4). De diskriminant van de ver­gelijking

0 = x2 - 4x + 4

D = (-4)2 -4×1×4 = 16 - 16 = 0

In bovenstaande afbeel­dingen zijn de twee func­ties getekend, waarbij de tweede afbeelding het raak­punt uit­vergroot weergeeft.

 

Voorbeeld 11

 

Gegeven de twee functies

f : x ® -3x2 + 3

g : x ® -4x2+ 3x + 13

Bepaal de snijpunten van de gra­fieken van f en g.

 

Oplossing

 

In het snijpunt geldt:

 

f(x) = g(x)                       gelijkstellen

-3x2 +3 = -4x2 + 3x + 13               invullen

op 0 herleiden

x2 - 3x - 10 = 0                     +4x2-3x-13

ABC-formule:

a=1b=-3c=-10

44


D = (-3)2 - 4×1×-10 = 9 + 40 Dis­kriminant be­pa­len

45


D = 49TWEE SNIJ­PUN­TEN

x1 = -2x2 = 5                x-koördinaten s.p.

f(-2)=g(-2)

-3×(-2)2 + 3 = -4×(-2)2 + 3×-2 + 13

-3×4 + 3 = -4×4 + -6 + 13

-12 + 3 = -16 - 6 + 13

-9 = -9                                   KLOPT

y1 = -9

punt (-2 , -9)

 

 

f(5)=g(5)

-3×(5)2 + 3 = -4×(5)2 + 3×5 + 13

-3×25 + 3 = -4×25 + 15 + 13

-75 + 3 = -100 + 28

-72 = -72                                 KLOPT

y2 = -72

punt (5 , -72)

We hebben als extra kontrole de gevonden x-waar­den nog eens ingevuld in de originele vergelij­king. Dit kan een hulpmiddel zijn in het ver­mijden van fouten. In afbeelding 28 is nog eens de gra­fiek van de functies f en g getekend.

Afbeelding 28 f(x)= -3x2+3   g(x)=-4x2+3x+13



I.17�         VRAGEN

 

I.18�a�          open vragen

 

1�   Gegeven de tweede graads functie

f :  ®  x2 + 4x + 5

Bepaal een konstante functie

g : x ® c

zodanig dat de grafiek van g de grafiek van f raakt.

 

2�   Gegeven de tweede graads funkties:

f(x) = 3x2 + 2x +1

g(x) = -x2 -3x -1

 

aBereken de snijpunten van f en g

bBepaal de nulpunten van f en g

cBepaal de symmetrie-as van f en de symme­trie-as van g

dTeken in één figuur de grafieken van f en g

 

3�   Gegeven de funkties

f : x ® x2 + 2x + 4

g : x ® x + b

met b Î Å konstant

Bepaal de konstante b zo dat de grafiek van g de grafiek van f raakt

 

4�   Gegeven de functie

y = 7×(x-4)2 - 13

aWat is het minimum van deze functie?

bWat is de symmetrie-as van deze functie?

cBereken de nulpunten van deze functie

 

 

5�Bepaal van de volgende tweedegraads ver­ge­lijkin­gen de   discriminant en ga na hoe­veel wortels de ver­gelijkingen  heb­ben.

       a. x2 + 2x + 3 = 0

       b. -½x2 - 2x + 6 = 0

 

       c. x2 - 6x + 9 = 0

 

6�Ontbind in factoren :

  a. x2 - x - 6 = 0

  b. x2 + x + ¼ = 0

       c. 2x2 - 9x + 9 = 0

 

 

7�   Gegeven de grafiek in bovenstaande figuur. Be­paal het funktie­voorschrift.

Afbeelding 29 bepaal het funktievoor­schrift....


8�Gegeven is de kwadra­tische functie ¦ :

¦(x) = -x2 + 6x - 5   Het domein van de func­tie is het interval Df = [ 0, 6 ].

 

De onderstaande vragen a t/m d hebben be­trek­king op grafiek van ¦.

 

a. Bereken het snijpunt met de y-as

b. Bereken de snijpun­ten met de x-as

c. bepaal de vergelij­king van de symmetrie-as

d. Bereken de coördi­naten van de top

e. Teken de grafiek van de gegeven functie ¦.

 

 

9�Gegeven de functies

fp : x ® 2x2 + 2x + p

Hierin is p Î Å een parameter van de func­tie;

voor iedere waarde van p is een functie fp gede­fi­nieerd.

aals p = 0

teken de grafiek van f0.

bals p = 4

teken de grafiek van f4.

 

10�Gegeven:

f : x ® ¼x2 + 3

g : x ® 2x + 5

aBepaal de snijpun­ten van f en g

bTeken in een fi­guur de grafieken van f en g.

 

11�Gegeven

f : x ® 2x2 - 3x + 1

abereken de nulpunten van f

bbereken de top van f

cBepaal de vergelijking van de symmetrie-as van f

dTeken de grafiek van f

 

 

I.18�c�          Meerkeuze opgaven

 

 

1�   De grafiek van de functie f(x) = x2 + x ‑ 6 is :

 

a�Een dalparabool met als nulpunten (‑3,0) en (2,0)

 

b�Een dalparabool met als nulpunten (3,0) en (‑2,0)

 

c�Een bergparabool met als nulpunten (‑3,0) en (2,0)

 

d�Een bergparabool met als nulpunten (3,0) en (‑2,0)

 

Afbeelding 31 de eerste graads func­tie f raakt de tweede graads func­tie g


2�   Een van de snijpunten van de grafieken van de funk­ties f(x) = x2 ‑ 3x ‑ 6  en  g(x) = 2x2 ‑ 7x ‑ 11 is :

 

a�(1,4)

b�(‑1,4)

c�(5,‑4)

d�(5,4)

 

 

 

3�   In neven­staande fi­guur (af­beelding 28) ra­ken de gra­fie­ken van de funk­ties f en g el­kaar. Daar­bij is f een

tweede‑graads functie en g een  eerste‑graads

functie. Wan­neer we het func­tievoorschrift van f(x) en g(x) aan elkaar gelijk stel­len, ont­staat een ....­..‑gr­aads verge­lij­king, waarvoor geldt: .....

 

a�eerste;  D = 0

b�tweede;  D = 0

c�eerste;  D > 0

d�tweede;  D > 0

 

 

 

 

4�   De grafiek van een functie f(x) = x2 + px ‑ ¼ heeft 2 snij­punten met de x‑as. Voor wel­ke waar­de van p geldt dit ?

 

a� ‑1 < p < 1

b�  p < ‑1  of  1 < p

c�  1 < p

d�  alle p Î Å

 

5�   Bepaal de vergelijking van de symmetrie‑as en de snij­punten met de

x-as van de grafiek van de functie:

 

       f(x) = ‑4(2 ‑ x)2   .

 

vergelijking van    

de symmetrie‑as:           snijpunten:     

 

a�x =  2                  raakpunt :(2,0)

b�x = ‑2                  (2‑2­Ö2,0);(2+2Ö2,0)

c�x = ‑½                (2‑2­Ö2,0);(2+2Ö2,0)

d�x =  ½                   geen

 

 

6�    De diskriminant van de vergelijking

y = 2x2 - 2x - 3

is gelijk aan

 

aD = 12

bD = 24

cD = 28

dD = -8

 

7�   De symmetrie-as van de pa­rabool

y = -x2 + 2x - 3

is de lijn met vergelijking:

 

ax = -1

bx = 1

cy = 3

dx = 3

 

 

 

8�   De uiterste waarde van de functie

f(x) = 7x2 - 126x + 84

is gelijk aan

 

a58,31

b321

c9

d-483